Breipatroon Visserstrui gezien in de Libelle

Benodigdheden:

Scheepjeswol Zuiderzee naturel kleurnummer 3
rondbreinaald  r. 4
naalden met knop nr. 4 (voor de borst- en rugdelen)
hulpnaald (voor de hals)
teltekening

Stekenproef
Maak vooraf een stekenproef van 12 bij 12 centimeter om uit te rekenen hoeveel steken en hoeveel naalden er in 10 bij 10 centimeter zitten. Dit hangt af van het garen dat u gebruikt, van de pendikte en van uw persoonlijke manier van breien (los of strak). Pas zo nodig het patroon van de trui of de pendikte aan en bereken hoe u uitkomt met het motief.

Gebruikte steken:
recht (v)
averecht (-)
boordsteek: 2 recht, 2 averecht

 

Harlingen trui 1 motief (438x1000)
teltekening

Toelichting bij de teltekening:

De rode blokjes onderin geven het middenvoor van de trui aan. De kleuren staan voor de hoogte en de breedte van ieder afzonderlijk motief dat herhaald moet worden.


Het juiste model van de visserstrui:
Kies als basismodel voor uw trui een eenvoudig  T-model met een ronde hals, dat gebreid wordt met de rondbreinaald. Bereken de trui op basis van de gemeten borstomvang en tel daar 8 centimeter bij op als overwijdte. Voor een herentrui kunt u bij een borstomvang van 104 centimeter gemiddeld uitgaan van deze maten:
breedte: 2 panden van 56 cm = 112 cm
schouders: 48 cm
halsbreedte: 20 cm
halsdiepte: 6 à 7 cm
armsgathoogte: 23 cm
hoogte tot armsgat inclusief boord: 46 à 48 cm
mouwlengte inclusief boord: 50 cm
polswijdte: circa 23 cm
boorden: naar eigen voorkeur 5 à 8 cm

Zo gaat u te werk:

Brei de trui bij voorkeur op een rondbreinaald. Op een rondbreinaald brei je namelijk de meeste steken recht en alleen een deel van de motieven in averecht. De teltekening is gebaseerd op  rondbreien. De voorkant van het werk wordt weergegeven, waardoor u goed kunt zien wat het  eindresultaat is en hoe de opbouw van het patroon is. Reken uit wat het midden van het patroon wordt en dus middenvoor in uw trui. Het kan zijn dat u het patroon een beetje moet aanpassen aan uw aantal steken, maar dat maakt uw visserstrui juist uniek.

Werkwijze voor lijf en mouwen:
Reken uit hoeveel steken u moet opzetten op basis van de stekenproef (een stekenaantal dat deelbaar is door het aantal steken dat nodig is voor het motief). Brei een boord op dunnere naald of met minder steken en brei vervolgens circa 6 centimeter in tricotsteek. Begin daarna met het motief dat typerend is voor de trui (zie teltekening).

Brei het lijf op de rondbreinaald tot aan het armsgat. Brei daarna het voorpand en achterpand apart verder. Minder in het voorpand 6 cm voor de totale hoogte bereikt is in het midden een aantal steken voor de hals.  Brei daarna links en rechts het voorpand af en minder steeds wat steken bij de hals om zo een ronde hals te krijgen.
Het achterpand wordt helemaal recht afgebreid. Naai of brei de schoudernaden aan elkaar. Neem in de mouwopeningen steken op voor de arm. Brei de mouw vanaf de mouwopening tot het boord en minder daarbij regelmatig aan de onderkant van de mouw, zodat u uiteindelijk op de juiste polswijdte uitkomt.
Neem tot slot steken op langs de halsopening en brei hier met een dunnere naald een boord in boordsteek.